Op mijn duivenkot

'k zie zo geire m'n duivenkot .. daar te zijn, is mijn grootst genot... want daar kun je alles vergeten...

Op mijn duivenkot

‘k zie zo geire m’n duivenkot .. daar te zijn, is mijn grootst genot… want daar kun je alles vergeten…

 

Dit bekend deuntje is erg van toepassing op het hoofdpersonage van “Op mijn duivenkot”.

 

In deze tragikomedie treden verder aan: een kappersmoeder, een puberende zoon, een stokende buurvrouw, een wel zeer aanwezige grootvader, een attente wijkagent en een terecht bezorgde huisdokter.

 

Een ontroerend verhaal over duiven, maar vooral over de kleine en grotere kantjes van mensen…

goed voor een avondje onvervalste ontspanning.

 

Regisseur: Eddy Verdonck
Auteur: Roland Delannoy