Het proces Xhenceval

Met de komst van CC de Werft konden wij uitzien naar de accomodatie van een echt theater. Bovendien kregen we de mogelijkheid de cultuurtempel mee 'open' te spelen. Met een voor Geel echt gepast stuk Het proces Xhenceval zag het ernaar uit dat een grote toeloop kon verwacht worden.

Maanden voor de première hadden het GGG en Mark Stijnen in het Nieuwsblad van Geel een volledig en gedetailleerd historisch relaas gepubliceerd over Xhenceval, zijn proces en het hele tijdskader. Via stadsarchivaris Michel De Bont, Harry de Kok, het Taxandriamuseum in Turnhout en de auteur zelf van het stuk (Walter van den Broeck) geraakten we aan bijzonder veel achtergrondinformatie.

 

Toch werd ‘ons’ proces geen historisch relaas, noch was het een pamflet over sociale onrechtvaardigheid of juridische dwalingen. Het was veeleer ‘een portret van een tragische mens die men te vroeg het sprookje had ontnomen en die te veel wist om onbevangen te kunnen leven’ (naar Walter van den Broeck). Of, zoals regisseur Raf Meeuws het beknopt becommentarieerde, het ging over ‘to be or not to be’.

 

Er kwam een goedgestoffeerde persbrochure en ook een schoolbrochure (door o.a. Alex Martens).

 

Er werd een persconferentie belegd met schepen van Cultuur Ria Vandoninck, mensen van de cultuurdienst en iedereen die bij de productie was betrokken. Ook de schrijver zelf was aanwezig om ‘zijn’ proces toe te lichten. Nadien werd in de Sportwarande nog lang nagepraat.

 

Tijdens een opendeurdag in het nieuwe CC op 1 oktober 1994 voerde de GVT-jeugd het stuk De Werft op (van 13 tot 18 uur) (o.l.v. Luc Deroy en Griet Daems).

 

In menig Geels café onstonden discussies: die X met rood punt langs de wegen, is dat geen nieuw verkeersbord? Er werd getwist over de mogelijke betekenis. En zo ontdekten we de waarde van het begrip ‘teaser’.

 

Voorafgaand aan de voorstellingen gidsten leden van het GGG een Le Bon-wandeling in de binnenstad van Geel. De première, die lang van tevoren was volgeboekt, werd ongemeen druk. Zo’n pak volk ineens ontvangen was nieuw; ook een vestiaire hadden we nooit ‘gerund’. We werden verplicht mensen te weigeren (o.a. ex-burgemeester en senator Van Rompaey geraakte niet meer aan een zitje).

 

Jef Schauwaers was de juge (meester Percy). Grote bek Alex Martens bleek best geschikt als Openbaar Ministerie (meester Keymolen). De beschuldigde (Charles Joseph Xhenceval) werd meesterlijk vertolkt door Eddy Verdonck. Jan Lembrechts was zijn verdediger (meester Finck).

 

Andere rollen: Frans Belmans (Peter Goor, smid), Walter Vranckx (Laureys Beyens, metselaar), Stijn Van Kerckhoven (Frans Goossens, knaap), Chris Branckaerts (Anna-Catharina Van den Broeck, dagloonster), Frans Van Kerckhoven of Kenny Wijnickx (Jozef De Backer, dokter), Luc Deroy (Alfons Lefebre, legerdokter), Stijn Schauwers (Jan Renier Snieders, dokter en schrijver), René Pelkmans (August Vollen, griffier), Stefan Vanlommel (Jan Vanpraet, notaris en burgemeester), Staf Willems (Frans Vygen, politiecommissaris), Chris Vervoort (Marie Van Geel, boerin), Viviane Van Dijck (Jeanne Van Mechelen, caféhoudster), Chris Hendrickx (Thérèse Vervecken, dienstbode), Georges Vannuten (Cornelis Stuyck, onderwijzer), Ivo Verreyt (J.F. de Billemont, rentenier en opzichter), Richard Vanhamel en Eddy Jacobs als assessoren ofte bijzitters, Frank Vaneynde en Geert Baelus als gendarmes.

 

24 GVT’ers op de scène, dat kon tellen!

 

Eveneens op de scène: meubilair van een rechtszaal, net echt gemaakt via een vernuftig, doch eenvoudig systeem van lakvernis met kam uitgesmeerd op een geverfde houten onderlaag.

 

Een dozijn technische krachten van de vereniging had er de handen mee vol in het werkhuis van Frans Vanhoof in de Ossestraat. Met de hulp van de technische ploeg van de Werft (Frans Vandoninck, Dirk Aerts en Gerry Boeckx) en een heus lichtboek kwamen belichting en geluid best in orde.

 

Er groeide een prettige samenwerking met heel de ploeg van de Werft (ook met de meisjes van de balie: Gerd Belmans, Gerda Palmaers en Judith Van De Putte), met Fred Verhesen en cc-baas François Mylle.

 

Lea Mertens en Anja Vanlommel zorgden voor de kleding (o.a. via het atelier van de BRTN).

 

Carla Mannaerts en Vicky ’s Jegers assisteerden voor de zoveelste maal.

 

Met tien opvoeringen (schoolvoorstellingen incluis) en volle zalen (480 toeschouwers per keer) werd Xhenceval een mijlpaal in de GVT-geschiedenis.

 

De première kreeg een onverwacht slot: onze voorzitter bracht een nacht in de Werft door nadat de voorlaatste de deur had gesloten. ’s Anderendaags ’s morgens schrok de poetsvrouw zich een hoedje toen een slaperige Gaston zich uit de voeten maakte.

 

Tijdens een van de drie schoolvoorstellingen vloog het vals gebit van Xhenceval uit (bij een forse verbale uithaal van vertolker Eddy op een verhoogje). Eddy raapte rustig zijn verloren kleinood weer op, stak het terug op de geëigende plaats en zette zijn betoog voort. De scholieren bestierven het!

 

In de GVT-kantine ’t Schavot werd de rest van het gezelschap ingezet om de toeschouwers van het nodige te voorzien. Het archief vermeldt het verteer van o.a. 23 vaten bier (12 pils, 7 Palm en 4 Hoegaarden). Spelersploeg en ‘personeel‘ raakten wel wat van elkaar vervreemd door de grotere afstand tussen beiden en de drukte tot middernacht.

 

De wederhelften en familie van de spelers waren al die jaren bijzonder verdienstelijk bij de ontvangst van ons publiek. We vermelden hier slechts: Nil Vannuten, Jenny Martens, Annemie Van Kerckhoven, Emma Schauwaers, Kaatje, Wout en An Pernet, Jos Dams, Eddy Van der Veken, de Verreyts, de Geenens, de Vanlommels, de Vaneyndes, de De Pooters, de Vanhoofs, de Kestensen, de Deroys en … Ook sympathisanten zoals Roger Gilis staken dikwijls een handje toe.